Direct naar de inhoud

Artikelen: 22 Rubrieken: 4

Laatst bijgewerkt

Lef Koken, horeca en uitgaan
  1. 01 Thaise basilicum
  2. 02 Kokosmelk
  3. 03 Houten pollepel
  4. 04 Galangawortel
  5. 05 Rode kool

02 Thuiskoken en recepten

Met dit bananenbrood recept bak je een mals brood van rijpe bananen

liggen er een paar rijpe bananen op de fruitschaal? Met havermeel, ei en kaneel maak je er een eenvoudig bananenbrood van. Hieronder vind je de hoeveelheden, de stappen en manieren om te zien of het brood gaar is.

Door Mirjam Verhoef · · 5 min leestijd

Goudbruin bananenbrood op snijplank met twee gesneden plakken en banaan op achtergrond

Voor bananenbrood heb je geen ingewikkelde techniek nodig, maar de rijpheid van het fruit en de vorm van je bakblik maken wel verschil. Een goed rijpe banaan is zacht en makkelijk te prakken; het beslag hoeft daarna alleen gemengd en gebakken te worden. Dit recept gebruikt havermeel, dadels en noten. Je leest ook hoe je het brood controleert, welke aanpassingen mogelijk zijn en hoe je restjes bewaart.

Welke bananen en ingrediënten heb je nodig?

Voor een cakevorm heb je 4 rijpe bananen, 2 eieren, 150 gram havermeel, 1 theelepel bakpoeder, 1 eetlepel kaneel, 1 theelepel vanille-aroma, 3 ontpitte dadels en 25 gram ongezouten noten nodig. Houd één banaan apart voor de bovenkant. Met deze hoeveelheden maak je ongeveer 12 plakken. De hoeveelheden en de baktijd sluiten aan bij het recept van het Voedingscentrum.

Kies bananen die zacht zijn en bruine plekjes hebben. Die laten zich makkelijker prakken dan stevige, net gele exemplaren. Het recept draait om het fruit: suiker of boter is niet nodig voor deze versie. De dadels geven extra zoetheid en de noten zorgen voor stukjes met een andere beet. Gebruik je liever een eenvoudige smaak, laat dan de noten weg of vervang ze door dezelfde hoeveelheid extra havermeel. De smaak en structuur veranderen daarmee wel.

Havermeel koop je kant-en-klaar of maak je zelf door havervlokken fijn te malen. Dat alternatief noemt het Voedingscentrum ook bij het recept. Let bij allergieën op de verpakking van je ingrediënten: haverproducten kunnen verschillen en je kunt niet zonder controle aannemen dat ze glutenvrij zijn. Wie glutenvrij wil bakken, kiest ingrediënten met een passende aanduiding op het etiket.

Wat verandert er als je andere ingrediënten kiest?

Dit recept gebruikt havermeel en geen tarwebloem. Havermeel geeft een andere kruim dan een cake met tarwebloem; verwacht dus geen luchtige, droge cake. De geprakte banaan maakt het beslag vochtig. De rijpheid en grootte van de bananen kunnen verschillen, waardoor ook de dikte van het beslag iets varieert.

Wil je een neutraler, meer cakeachtig resultaat, dan bestaan er recepten met boter, suiker en zelfrijzend bakmeel. De verhoudingen en baktijd zijn dan anders. Zo gebruikt een recept van BBC Good Food 140 gram boter, 140 gram suiker, 2 eieren en 140 gram zelfrijzend bakmeel, en rekent het op ongeveer 50 minuten baktijd. Dat is een andere receptuur, geen directe vervanging per ingrediënt. Houd je de havermeelversie aan, verander dan niet tegelijk meerdere onderdelen: zo kun je bij een volgende bakbeurt beter zien wat een aanpassing deed.

Ook de smaak kun je aanpassen zonder de basis te veranderen. Kaneel kun je weglaten of vervangen door kardemom. Hak de noten klein, zodat je ze goed door het beslag verdeelt. Wil je liever geen noten, laat ze dan weg. Een handje extra dadel kan de smaak zoeter maken, maar extra natte ingrediënten kunnen het midden zwaarder maken. Houd de eerste keer de hoeveelheden aan en probeer daarna één kleine wijziging.

Hoe maak je het beslag en bak je het brood?

  1. Verwarm de oven voor op 180 °C. Bekleed een cakevorm met bakpapier, zodat je het brood er na het bakken makkelijker uit kunt halen. Zet alle ingrediënten klaar en hak de dadels en noten fijn.
  2. Houd één banaan apart. Pel de andere drie, prak ze met een vork in een ruime kom en klop de twee eieren en het vanille-aroma erdoor. Een paar kleine stukjes banaan mogen blijven zitten; een gladde puree is niet noodzakelijk.
  3. Meng het havermeel, bakpoeder en kaneel in een tweede kom. Voeg de droge ingrediënten toe aan het bananenmengsel en roer tot er geen losse plekken meel meer te zien zijn. Meng niet langer dan nodig.
  4. Schep de dadels en noten door het beslag. Giet het in de cakevorm en strijk de bovenkant grof glad. Snijd de achtergehouden banaan in de lengte doormidden en leg de helften bovenop.
  5. Bak het brood 40 tot 50 minuten. Zet de vorm op een rooster in het midden van de oven. Open de ovendeur niet steeds tussendoor, want dan ontsnapt warmte en wordt het lastiger om de baktijd te beoordelen.

De bereiding is een handig onderdeel van je vaste repertoire voor makkelijk doordeweeks koken: het beslag vraagt weinig handwerk, maar het brood heeft wel tijd nodig in de oven en om af te koelen. Wil je daarna iets bakken dat sneller in porties van de pan komt, dan is een beslag voor dunne pannenkoeken bakken een heel andere aanpak.

Hoe controleer je of het bananenbrood klaar is?

Kijk vanaf 40 minuten naar de bovenkant: die hoort stevig te ogen en lichtbruin te kleuren. Prik vervolgens met een houten satéprikker in het midden. Komt de prikker er met zichtbaar nat beslag uit, zet de vorm dan terug in de oven en controleer na enkele minuten opnieuw. Is hij schoon of zitten er alleen enkele kruimels aan, haal het brood eruit. De baktijd van 40 tot 50 minuten is een richtlijn; een smalle of juist brede vorm kan invloed hebben op hoe snel het midden gaar wordt.

Laat het brood na het bakken uit de vorm op een rooster afkoelen. Snijd het niet meteen aan: warm bananenbrood is zacht en kan bij het snijden uit elkaar vallen. Afkoelen geeft de kruim tijd om steviger te worden. Blijft het midden na afkoeling klef en nat, dan was het waarschijnlijk nog niet gaar of was de verhouding tussen natte banaan en meel anders dan in het recept. Noteer bij een volgende poging hoeveel bananen je gebruikte en hoe lang het brood in jouw oven stond.

Hoe bewaar je de plakken?

Laat het brood helemaal afkoelen voordat je het afdekt. Bewaar het op een koele plek en snijd alleen af wat je gaat eten, zodat de rest minder uitdroogt. Wil je het langer bewaren, vries het dan in porties in. Plakken zijn handig wanneer je niet het hele brood tegelijk nodig hebt. Laat een portie ontdooien voordat je die serveert.

Voor een volgende bakbeurt kun je de hoeveelheden aanpassen, maar houd de verhouding tussen banaan en meel in de gaten. Een extra banaan maakt het beslag vochtiger; een extra schep meel kan het juist steviger maken. Verander daarom liefst één ding per keer. Zo ontdek je of je vooral een steviger brood, meer kruidigheid of juist extra stukjes noot wilt, zonder de basis uit het oog te verliezen.

Veelgestelde vragen

Kan ik gewone bloem gebruiken in plaats van havermeel?

Dat kan, maar de structuur en smaak veranderen. Het Voedingscentrum noemt havermeel voor dit recept; je kunt havermeel zelf maken door havervlokken fijn te malen. Gebruik je een ander meel, houd er dan rekening mee dat beslag anders vocht opneemt. Voeg daarom niet zomaar extra meel toe: meng eerst en kijk of het beslag dik maar schepbaar is.

Hoe weet ik of bananenbrood gaar is?

Steek een satéprikker in het midden van het brood. Als er geen nat beslag aan kleeft, is het gaar; een paar vochtige kruimels zijn niet hetzelfde als rauw beslag. Is de prikker nog nat, bak dan verder en controleer opnieuw. De aangegeven tijd is een richtlijn, want de vorm en de oven beïnvloeden hoe snel het brood gaart.

Kan ik bananenbrood invriezen?

Ja. Laat het brood eerst helemaal afkoelen, snijd het eventueel in plakken en verpak porties goed afgesloten voor de vriezer. Zo kun je later alleen pakken wat je nodig hebt. Het Voedingscentrum adviseert het brood afgedekt koel te bewaren of in porties in te vriezen. Laat een plak voor het eten ontdooien.

In de rubriek Thuiskoken en recepten