Direct naar de inhoud

Artikelen: 21 Rubrieken: 4

Laatst bijgewerkt

Lef Koken, horeca en uitgaan
  1. 01 Thaise basilicum
  2. 02 Kokosmelk
  3. 03 Houten pollepel
  4. 04 Galangawortel
  5. 05 Rode kool

02 Thuiskoken en recepten

Met dit pannenkoekenrecept bak je dunne, soepele pannenkoeken

Wil je thuis een stapel dunne pannenkoeken bakken, maar twijfel je over de verhouding of de juiste panwarmte? Met bloem, melk en eieren maak je een glad beslag dat je makkelijk op smaak brengt met zoet of hartig beleg.

Door Mirjam Verhoef · · 5 min leestijd

Drie goudbruine pannenkoeken op een bord naast een kommetje stroop en raamlicht

Op een drukke avond wil je soms gewoon iets bakken met ingrediënten die al in de keukenkast staan. Voor Nederlandse pannenkoeken heb je geen ingewikkeld beslag nodig, maar de volgorde van mengen en de dikte van het beslag maken wel verschil. Met de hoeveelheden hieronder bak je een stapel voor ongeveer vier personen; hoeveel stuks je precies krijgt, hangt af van de pan en hoe dun je het beslag uitspreidt.

Wat heb je nodig voor dunne pannenkoeken?

Voor ongeveer 8 tot 10 middelgrote pannenkoeken heb je nodig:

  • 250 g tarwebloem
  • 2 eieren
  • 600 ml melk, plus eventueel een scheutje extra
  • 1 snuf zout
  • Boter of neutrale olie om in te bakken

De combinatie van 250 g bloem, 2 eieren en 500 ml melk komt overeen met een gangbare basisverhouding voor dunne pannenkoeken, zoals beschreven in het basisrecept van Pannenkoekenwinkel. In dit recept staat er wat extra melk bij. Dat maakt het beslag dunner, zodat het makkelijker over de bodem van de pan uitloopt. Begin gerust met 550 ml en voeg de rest geleidelijk toe; bloem kan per soort net anders vocht opnemen.

Tarwebloem geeft een neutrale smaak en een soepel resultaat. Een snuf zout haalt de smaak naar voren, ook als je de pannenkoeken met stroop of poedersuiker eet. Suiker hoeft niet in het beslag: zo kun je dezelfde stapel zowel zoet als hartig serveren. Zet ook een soeplepel, garde en brede spatel klaar. Een pan met een vlakke bodem en goede antiaanbaklaag maakt het keren eenvoudiger.

Hoe voorkom je klontjes in het beslag?

Doe de bloem en het zout in een ruime kom. Maak een kuiltje in het midden en breek daarin de eieren. Giet ongeveer de helft van de melk erbij. Klop vanuit het midden en neem steeds wat bloem mee tot je een dikke, gladde pasta hebt. Voeg daarna de rest van de melk beetje bij beetje toe terwijl je blijft kloppen.

Deze aanpak voorkomt dat een grote hoeveelheid vocht meteen bloem omsluit en droge klontjes achterlaat. Ook het basisrecept van Keurslager de Haas bouwt het beslag geleidelijk op met eerst een deel van de melk en daarna de rest. Gebruik een garde en druk eventuele kleine klontjes tegen de zijkant van de kom. Zijn ze hardnekkig, haal het beslag dan door een zeef of gebruik kort een staafmixer.

Laat het beslag vervolgens 20 minuten staan. Roer het na die rust nog even door; bloem kan naar de bodem zakken. Kijk dan naar de dikte: het moet vlot van de lepel lopen, maar niet zo waterig zijn dat het nauwelijks aan de lepel blijft hangen. Is het te dik, voeg dan melk toe per eetlepel. Is het juist dunner dan je wilt, klop er dan een kleine hoeveelheid bloem door, liefst eerst gladgeroerd met een scheutje beslag.

Welke pan en baktemperatuur werken goed?

Een brede koekenpan van ongeveer 24 tot 28 cm is handig voor middelgrote, dunne pannenkoeken. Zet de pan op middelhoog vuur en laat hem rustig warm worden. Doe er een klein klontje boter in of bestrijk de bodem met een dun laagje olie. Het vet moet glanzen, maar niet roken. Rookt de boter meteen, haal de pan dan kort van het vuur en zet de warmte lager.

Schep een kleine soeplepel beslag in de pan en til die meteen op. Draai en kantel de pan zodat het beslag zich in een dunne laag verspreidt. Gebruik niet automatisch een volle lepel: een dikke laag heeft langer nodig om gaar te worden en is lastiger om te keren. Bij een pan van circa 26 cm is een bescheiden scheut vaak genoeg; pas de hoeveelheid aan tot de bodem net bedekt is.

De eerste pannenkoek is vooral een test voor de warmte en de hoeveelheid beslag. Kleurt de onderkant al donker voordat de bovenkant droog wordt, zet het vuur lager. Blijft de pannenkoek bleek en plakt hij vast, geef de pan dan meer tijd om op te warmen. Een klein beetje extra boter of olie kan helpen, maar een plas vet maakt de randen eerder gefrituurd dan gelijkmatig gebakken.

Hoe bak en keer je ze stap voor stap?

  1. Verwarm de pan op middelhoog vuur en vet de bodem dun in.
  2. Giet een kleine soeplepel beslag in de pan en draai de pan rond.
  3. Bak de eerste kant ongeveer 1 tot 2 minuten. Keer wanneer de bovenkant grotendeels droog oogt, de rand loskomt en de onderkant goudbruin is.
  4. Bak de andere kant nog ongeveer 30 tot 60 seconden.
  5. Leg de pannenkoek op een bord en herhaal. Vet de pan opnieuw in wanneer hij droog begint te worden.

De baktijd verschilt met de pan, de pit en de dikte van het beslag. Let daarom vooral op wat je ziet: een natte, glanzende bovenkant heeft nog tijd nodig. Schuif voor het keren een dunne spatel onder het midden en draai de pannenkoek in één beweging om. Lukt keren in de lucht nog niet, dan is een spatel een betrouwbare keuze. Stapel de gebakken pannenkoeken op een bord; dek ze losjes af als je ze warm wilt houden terwijl je verder bakt.

Hoe controleer je of het resultaat goed is?

Een dunne pannenkoek is gaar wanneer de bovenkant niet meer vloeibaar is en beide kanten lichte goudbruine plekken hebben. De rand mag iets droger zijn dan het midden, maar hoort niet hard of zwart te worden. Is de pannenkoek taai, dan kan hij te lang bakken of is er relatief veel bloem gebruikt. Maak het volgende beslag iets dunner met een scheut melk en haal de pan eerder van het vuur.

Scheurt de pannenkoek bij het omdraaien, wacht dan tot de bovenkant steviger is en de rand vanzelf loslaat. Controleer ook of je genoeg ei hebt afgemeten en of de laag niet te dun is uitgespreid. Is hij juist dik en zwaar, gebruik dan per pannenkoek minder beslag en draai de pan sneller rond. Zo kun je na de eerste exemplaren de warmte en portiegrootte bijstellen zonder de hele kom opnieuw te maken.

Serveer de pannenkoeken met stroop, poedersuiker, appel of kaas. Voor een hartige versie kun je kaas of spek tijdens het bakken toevoegen; houd de vulling bescheiden, zodat de pannenkoek nog goed om te draaien is. Zoek je vaker gerechten die op een gewone doordeweekse dag haalbaar zijn, dan passen ze ook bij de ideeën voor makkelijk thuiskoken. En voor afwisseling naast pannenkoeken kun je inspiratie halen uit doordeweekse avondmaaltijden.

Veelgestelde vragen

Moet pannenkoekenbeslag rusten?

Het hoeft niet per se, maar 20 minuten rust geeft de bloem tijd om vocht op te nemen. Roer het beslag na het rusten nog even door en controleer de dikte. Is het ingedikt, voeg dan een klein scheutje melk toe. Heb je weinig tijd, dan kun je meteen bakken; controleer wel extra goed of er geen droge klontjes in zitten.

Kan ik het beslag vooraf maken?

Ja, je kunt het beslag eerder op de dag mengen en afgedekt in de koelkast bewaren. Roer het voor het bakken goed door, omdat bloem naar de bodem kan zakken. Controleer daarna de dikte en verdun zo nodig met een scheut melk. Bewaar beslag met rauwe eieren gekoeld en laat het niet langdurig op het aanrecht staan.

Waarom mislukt de eerste pannenkoek vaak?

De pan is vaak nog niet gelijkmatig warm, of er zit te veel of juist te weinig vet in. Gebruik de eerste pannenkoek als proef: wordt hij snel donker, verlaag dan het vuur; blijft hij bleek en plakt hij, verwarm de pan wat langer. Pas ook de hoeveelheid beslag aan zodat je de bodem met een dunne laag bedekt.

In de rubriek Thuiskoken en recepten